a) In de Eerste Kamer wordt gesteld dat het wetsvoorstel voor een Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in strijd is met de uitgangspunten van de grondwet.
Waarom? (3 punten)
Sleutelwoorden voor de beantwoording van deze vraag zijn: lokale autonomie. Ten eerste maakt de Wabo daarop enigszins inbreuk door te bepalen dat voor 1 project maar 1 bevoegd gezag bestaat. Als men bedenkt dat het project kan bestaan uit een activi- teit waarvoor nu een bouwvergunning van het college van B&W en een milieuvergun- ning van GS noodzakelijk is en dat GS in de toekomst het bevoegd gezag onder de Wabo zullen zijn en dus ook de bouwvergunning zullen verlenen, blijkt dat een verschuiving optreedt in bevoegdheden. Dat hoeft echter nog niet in strijd met de grondwet te zijn in- dien een wet in formele zin dat regelt. Ernstiger wordt het als men bedenkt dat voor de bouwvergunning ook een kapvergunning kan worden gelezen die is gebaseerd op de lo- kale (door de gemeenteraad vastgestelde en ‘bedachte’) verordening. Als GS plotseling bevoegdheden moeten uitoefenen die de lokale autoriteit had opgedragen aan het college van B&W is er wel iets aan de hand dat op gespannen voet staat met het in de grondwet verankerde aspect van lokale autonomie.
b) In de omgevingsvergunning op grond van de Wabo worden 25 toestemmingsstelsels geïntegreerd, maar de klant is koning: de mogelijkheid bestaat om zogenaamde deelvergunningen aan te vragen.
Leg uit wat een deelvergunning is en geef een voorbeeld van twee activiteiten waarvoor nu nog twee vergunningen vereist zijn en waarvoor geen deelvergunningen kunnen worden aangevraagd als de Wabo wordt ingevoerd. (2 punten)
Een deelvergunning kan worden aangevraagd voor een of meer activiteiten van ee project waarvoor geldt dat zij fysiek te scheiden zijn van andere activiteiten van het pro- ject. Het kappen van een boom en het bouwen van een huis, zijn twee activiteiten die fy- siek te scheiden zijn (eerste kappen, daarna pas bouwen) en waarvoor dus aparte (deel)omgevingsvergunningen kunnen worden aangevraagd. Dat geldt niet voor een acti- viteit die niet fysiek te scheiden is en eigenlijk uit meerdere activiteiten bestaat. Een voor- beeld daarvan is het bouwen van een grote varkensstal. De enkele activiteit bestaat uit het bouwen van een bouwwerk (bouwverg. Won.w.) en het oprichten van een inrichting (vergunning Wm). Onder de Wabo kunnen die activiteiten niet gescheiden van elkaar worden aangevraagd in deelvergunningen omdat de activiteiten niet fysiek te scheiden zijn.